Onderstaand vind je de inhoud van het door jou gekozen huiswerk!
Taal: Nederland
Geboren: 16-11-1914

Overleden: 01-01-1972
 
Kwaliteit van het verslag:
Beoordeling: 4/5
(1 stemmen geplaatst)

Laatste wagon

Algemene gegevens:

Titel: De laatste wagon

Motto: “Vaarwel kortstondig leven, handvoldagen, ik wacht op het perron, mijn kraag omhoog. Ginds komt de trein door den berookten boog om in het duister met mij heen te jagen.” (Francois Pauwels)

Auteur: B. Nijenhuis

Jaar van uitgave: 1954

Samenvatting van het verhaal:

Proloog:

Er staat een vrouw op de bus te wachten. De vrouw is de hoofdpersoon uit het boek. Er staat ook een man met een zwarte hoed, en een dikke man. De man met de hoed wil met de vrouw gaan praten maar glijdt uit. De bus komt eraan. Ze reizen met de bus verder tot de volgende halte. Als de vrouw eruit gaat, komt de man met de hoed haar achterna. Ze probeert te ontkomen. Als ze bij de brug komt wil ze zelfmoord gaan plegen. Ze klimt op de brug, de man zegt dat ze nog hoger moet klimmen. Dan slaat de klok elf keer. Ze pleegt geen zelfmoord, dit zou ze alleen gedaan hebben als de klok twaalf keer zou slaan. Elf is geen vol getal dus ze pleegt geen zelfmoord.

Verhaal:

Het boek gaat over Tampy Overheem die op een kantoor werkt. Haar ouders zijn al gestorven en op kantoor is er de baas die verliefd op haar is. Hij laat haar veel overwerken om bij haar te zijn. Als er op een dag geld gestolen wordt dan blijkt Tampy het gestolen te hebben. Ze komt in de gevangenis van Roermond terecht. Hier denkt ze veel terug aan vroeger. Een dominee komt op bezoek en vraagt haar naar haar ouders. Ze jaagt hem weg. Als ze uit de gevangenis komt gaat ze in een pension wonen. In dit pension wonen ook meneer en mevrouw Vlietstra en meneer De Weijde en Douwe Bimsma. Haar hospita is mevrouw Dekelaar. Mener De Weijde neemt haar een keer mee naar de film, maar Tampy laat op een duidelijke manier blijken dat ze niets voor hem voelt. Als het op een nacht onweert komt Douwe bij haar. Ze krijgen ruzie. Douwe houdt niet van haar.

Tampy wordt verliefd op Douwe. Douwe houdt niet van zijn vriendin maar heeft wel verkering. Een tijdje later vraagt mijnheer Vlietstra of Tampy meegaat naar een voetbalwedstrijd. De voetbalwedstrijd loopt uit de hand en Douwe weet Tampy nog net te redden uit de veldslag die ontstaan is. Douwe heeft het net uitgemaakt met zijn vriendin. Ze gaan samen zoenen onder een kersenkraam. De beheerder jaagt hen weg. Tampy is dolgelukkig dat ze haar verleden kan vergeten. Maar dit loopt anders af. De mensen komen erachter dat Tampy in de gevangenis heeft gezeten. Tampy vertrekt zonder afscheid te nemen. Het volgende hoofdstuk begint dan met een vraag of de lezer alstublieft verder wil lezen en ze biedt haar excuses aan, aan de dominee. Ze gaat weer op zoek naar een andere kamer. Ze vindt die wel maar de pensionhouder valt haar telkens lastig. Ook hier gaat ze weg. Ze probeert meneer Vlietstra te bellen maar men zegt dat hij verongelukt is. Dan probeert ze ook haar oude baas te bellen maar men zegt dat hij zichzelf opgehangen heeft. Tampy denkt dat ze nu ook maar beter zelfmoord kan plegen dan nog langer te blijven leven. Als ze later naar een restaurant gaat leest ze een vacature in de krant. Ze wil gaan solliciteren. Als ze weer terugdenkt aan zelfmoord valt ze flauw. Ze wordt geholpen door Lievering die haar ook een baan in het restaurant geeft. Ze denkt telkens dat ze een beest op de muur ziet en komt bij een psychiater terecht. Ze ontmoet een vrouw in de trein. Later komt Tampy haar nog een keer tegen en dan krijgen ze ruzie over het feit of ze elkaar al een eerder ontmoet hebben. Dan krijgt Tampy een brief waarin staat dat ze ergens heen moet komen. Hier ziet ze het beest weer en hoort ze alles uit haar verleden. Ze komt in het criminele circuit terecht. Het blijkt dat alles opgezet was om haar gek te maken. Ze springt uit de trein en maakt dat ze wegkomt. Douwe wil haar op komen zoeken maar wordt in elkaar geslagen door ene Otto (de ex-verloofde van Tampy) Tampy is helemaal in de war. Ze neemt een bus naar de brug en wil zelfmoord plegen. Een psychiater vangt haar op en ze komt voor onderzoek in het ziekenhuis terecht. In het laatste hoofdstuk komt alles uit. Het beest blijkt de ventilator in het kantoor te zijn. Ze vertelt nog dat ze op de brug zit en naar beneden springt. Dan ineens ziet ze twee lichten: het is de trein van God waar ze het hele boek al om gebeden heeft. Als ze bij en psychiater komt vraagt ze nog of hij de dokter is. Als hij bevestigend antwoordt dan zegt ze: Godlof.

Verdieping:

Tijd en ruimte:

Er worden in het boek veel tijden genoemd. De tijden in de proloog zij symbolisch. De verteltijd is ongeveer 5 tot 6 uur. De vertelde tijd is veel langer. Het leven van Tampy wordt bestreden tot ongeveer haar 24e jaar. De laatste paar jaren worden extra benadrukt.

Structuur:

Het boek heeft een proloog, een eerste deel en een tweede deel. Het laatste hoofdstuk is eigenlijk en epiloog.

Personages:

De hoofdpersonen is Tampy Overheem. Ze is best knap en is tevreden met zichzelf. Er zijn veel bijfiguren in het boek. Belangrijke bijfiguren zijn: Douwe en meneer Hovenius.

Vertelwijze:

Het boek is geschreven in verschillende vormen. Er is een ik-vertelsituatie en een hij-vertelsituatie.

Verklaring titel, motto en ondertitel:

De titel is wel te verklaren. Tampy bidt in het hele boek om de trein die haar komt verlossen uit de tijd. Een paar keer in het boek denkt ze dat dit gelukt is, maar haar omgeving komt steeds weer achter haar verleden. Als ze dan zelf denkt dat het niet meer kan komt de trein eraan. De eerste wagons heeft ze gemist, maar nu mag ze toch nog mee, al is het in de laatste wagon. Het motto heeft ook met de trein te maken. Dat is de trein door het leven. Ook die trein probeert Tampy een paar keer te halen. (door zelfmoord te proberen te plegen) Terwijl Tampy dat graag wil raast de trein dus voorbij, maar ze pleegt toch geen zelfmoord. Eens zal ze sterven en dan mag ze ook mee met die trein, ook al is het dan in de laatste wagon. Die berookte boog slaat op het leven wat grauw en groezelig is van alle wederwaardigheden.

Thema en motieven:

Het thema in dit boek is dat een mensenleven vol problemen zit.(Problematiek)

Motieven: Nijenhuis laat zien hoe slecht het met de mens kan gaan en dat een mensenleven vol problemen zit.

Spanning:

Ik vind het niet echt een spannend boek. De emoties en gedachten van personen worden duidelijk beschreven.

Genre:

Dit boek is een probleemroman. Het hele boek zit vol met problemen. Het hele leven van Tampy zit vol problemen. Aan het eind van het boek zijn deze wel opgelost.

Over de auteur:

Berend Nijenhuis is geboren op 16 november 1914 te Herenveen. Hij was geen echte studiebol. Hij heeft de Mulo en de Handelsschool gevolgd. Toen Nijenhuis is Herenveen woonde, was hij vertegenwoordiger. Deze ervaringen heeft hij verwerkt in zijn roman: “De hordeloop van J. Kobald”. Hij is verhuisd naar Den Bosch waar hij verzekeringsinspecteur werd. Deze ervaringen heeft hij verwerkt in zijn boek “Dossier 333”. In 1937 verhuisde hij naar Arnhem en hier werd hij klerk in de plaatselijke gevangenis. Veel van deze tijd kun je terugvinden in zijn boeken: “Dossier 333/De laatste wagon” Door zijn functie bij justitie kon hij hulp bieden aan gearresteerde verzetsmensen. Totdat hij gepakt werd met een tas met illegale krantjes. Hij werd opgesloten in een concentratiekamp. Hij heeft nooit iets geschreven over de gebeurtenissen in de WO II. Hij heeft wel te kennen gegeven dat hij onder de oorlog geleden heeft. Na de oorlog werkte hij bij de Politieke Opsporingsdienst. Later werd hij redacteur bij Trouw. Hij heeft nog wat reportages en vertalingen verzorgd voor de Spiegel en voor de NCRV.

Toen is hij auteur geworden. Hij is gestorven op 1 januari 1972 aan een slepende longziekte. Hij was een eenzaam figuur. Hij liet nooit het achterste van zijn tong zien. Nijenhuis was een twijfelaar vol met vragen.

Copyright (C) 2002-2014 Leerlingen.com - Adverteren op Leerlingen.com - Privacy beleid