Onderstaand vind je de inhoud van het door jou gekozen huiswerk!
Taal: Nederland
Geboren: 15-11-1931
 
Kwaliteit van het verslag:
Beoordeling: 3.1/5
(21 stemmen geplaatst)

Oorlogswinter

A. Algemeen

 -De schrijver van het boek ‘Oorlogswinter’ is Jan Terlouw.

-De titel van het boek is: ‘Oorlogswinter’.

-De 46e druk van het boek was in 1991.

-De oorspronkelijke druk was in 1972 in Amsterdam.

-Het boek heeft 162 bladzijdes.

 Het boek ‘Oorlogswinter’ is geschreven door Jan Terlouw.

Jan Terlouw is op 15 november 1931 geboren in Kamperveen. Hij studeerde wis -en natuurkunde in Utrecht en promoveerde in 1963. In 1971 wordt hij lid van de Tweede Kamer voor D´66. Hij is in het tweede en derde kabinet Van Agt minister van Economische Zaken en vice-premier. Van 1991 tot 1996 is hij Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland. Hij debuteert als kinderboekenschrijver in 1970 met Pjotr en De avonturen van oom Willibrord. Hij ontvangt de Gouden Griffel voor Koning van Katoren (1971) en Oorlogswinter (1972).

Beste werken:

Pjotr (1970)

Oorlogswinter (1972)

De Derde Kamer (1978);

De Kloof (1983);

Naar zeventien zetels en terug (1983);

Gevangenis met een open deur (1986;)

De uitdaging en andere verhalen (1993).

 Ik heb het boek vorig jaar een keer gelezen, wanneer weet ik niet precies meer.

B. Genre

 Het genre is een oorlogsverhaal.

 Ik kies voor dit genre omdat de schrijver in dit boek je iets laat beleven van de oorlog, hoe de oorlog in werkelijkheid geweest moet zijn, helemaal niet leuk is zoals in veel boeken beschreven wordt.

C. Onderwerp

 Dit boek gaat over een jongen die het in oorlogstijd erg moeilijk heeft omdat hij bijvoorbeeld zijn vader verliest.

D. Thematiek

 Oorlog is wreed; er vallen veel onschuldige slachtoffers.

E. Samenvatting van de inhoud

 Michiel van Beusekom is een jongen van 15 jaar. Hij woont op de Veluwe in Nederland. Het verhaal speelt zich af tijdens de tweede wereldoorlog. Michiel is al erg volwassen en krijgt op een gegeven moment van zijn buurjongen Dirk een brief. Hierbij zegt Dirk dat hij en drie anderen het distributiekantoor van de Duitsers gaan overvallen. Als dit mislukt, moet Michiel de brief aan Bertus geven. De overval mislukt en Michiel wil de brief naar Bertus brengen. Maar hij is dan al opgepakt door de Duitse bezetters. Michiel besluit zelf de brief te openen en raakt door de inhoud van de brief, verwikkeld in het verzetsleven. In de brief staat namelijk dat er een Engelse piloot is neergestort en in het bos is ondergedoken. Deze piloot heet Jack en is gewond. Michiel moet hem nu verzorgen. Later komt hij er achter dat Jack een Duitser in het bos heeft doodgeschoten. Dan worden er tien mannen uit het dorp gevangen genomen door de Duitsers. Ze worden pas vrij gelaten als degene die de Duitser doodgeschoten heeft zich komt melden. Omdat niemand dat doet worden vijf van de tien mannen opgehangen, waaronder de vader van Michiel. Hij neemt zijn zus Erica in vertrouwen omdat Jack nog steeds gewond is. Zijn zus is namelijk verpleegster en zij kan de piloot verzorgen. Ook informeert hij zijn ‘oom Ben’. Hij wordt oom genoemd omdat hij vaak langs kwam bij de familie Van Beusekom. Hij blijkt aan het eind van het boek een verrader te zijn, terwijl Michiel al die tijd dacht dat Schafter de verrader in het dorp was. Maar Schafter had zelf joden die bij hem ondergedoken waren. Aan het einde wordt oom Ben doodgeschoten omdat hij anders nog meer kan verraden van het verzet.

F. Hoofdpersoon / G. Plaats

 De hoofdpersoon is Michiel. Hij is een stille en behulpzame jongen van 15 jaar en woont in het dorpje ‘de Vlank’, dat in de omgeving ligt van Zwolle. Door de dood van zijn vader verandert hij erg en durft veel meer dan eerst. De Duitsers moeten gestopt worden. Hij verandert in een volwassen man en durft moeilijke beslissingen te nemen. Hij neemt niet veel mensen in vertrouwen omdat hij bang is voor verraad. De enige die hij wel vertrouwd is oom Ben (latere verrader) en zijn zus Erica.

Ook heeft hij problemen, als hij op een gegeven moment bij die Bertus een brief moet gaan brengen. Hij lost het niet zelf op, maar het woord laat maar zeggen al opgelost, want diezelfde avond/nacht wordt Bertus opgepakt. En ten tweede had hij nog een probleem, want hij moest voor Jack zorgen, maar hij zat zelf ook in het verzet dus hij had daar totaal geen tijd voor. Hiervoor heeft hij wel een oplossing. Hij licht zijn zus Erica in, en zo kan zij Jack gaan verzorgen. Dat kon zij erg goed, omdat ze ook verpleegster was.

H. Tijd

 Het verhaal speelt zich af in de winter van 1944/1945. Dat was dus in de 2e Wereldoorlog. In die tijd was ook veel verzet.

 Het verhaal heeft een chronologische opbouw, want het begint ten eerste in 1944 en eindigt uiteindelijk bij 1945. Verder zit er ook chronologische volgorde in, omdat het niet heel de tijd terugkijkt op het verleden. Je hebt vaak in boeken dat er veel op het verleden wordt teruggekeken, maar dat is in dit boek bijna niet. Op het laatst wordt er ook nog een stukje geschreven over Michiel in 1972.

I. Perspectief

 Het boek wordt beschreven vanuit een personale verteller. Je ziet alles vanuit de hij- figuur.

J. Spanning

 Er zit wel spanning in het verhaal. Bijvoorbeeld als de dode Duitser is gevonden en verschillende mannen zij opgepakt. Zouden ze vermoordt worden? En als Dirk de brief aan Michiel geeft, zou Michiel (levend) terug komen? Ook is er spanning als Dirk en Jack het verhaal achter de dode Duitser vertelden. De tijd is ook spannend, als er oorlog is weet je dat er dingen kunnen gebeuren die normaal niet zouden gebeurden, zoals bijvoorbeeld het verzet. Daar moet een spanning zijn geweest!

K. Opbouw

 Het verhaal is chronologisch opgebouwd. Er zijn ook maar weinig flashbacks. Bijvoorbeeld aan het eind als Michiel terug blikt op de oorlogstijd. Er zit een climax aan het einde van het verhaal. Het slot is treurig omdat ze te weten komen wie de parachute gepakt had en waardoor de vader van Michiel is opgepakt.



L. Mening

 Het is erg droevig als de vader van Michiel dood wordt geschoten en aan het einde als ze te weten komen door wie dat komt.

 Het boek is goed omdat de gebeurtenissen elkaar snel opvolgen, er blijft spanning in het verhaal tot het einde.

 Ik vind dat het verhaal een goede lengte heeft, alles wordt goed beschreven. Niet te lang en niet te kort.

 Het boek is op zich wel levensecht hoewel sommige dingen wel te betwijfelen valt of dat echt zo gebeurd zou zijn.

 Het boek is niet-informatief omdat je naast het verhaal niets anders te weten komt. Het is niet zo, net als bij een leerboek, dat er echt heel ware gebeurtenissen in voorkomen en ook niet zoveel jaartallen.

 Het boek is wel origineel.

 Meestal optimistisch maar soms ook pessimistisch. Bijvoorbeeld: de moeder van Michiel ziet het niet meer zitten als zijn vader is doodgeschoten en Michiel krijgt veel meer verantwoordelijkheid en moet zelf moeilijke besluiten gaan nemen. Het boek doet mij niets.

Copyright (C) 2002-2014 Leerlingen.com - Adverteren op Leerlingen.com - Privacy beleid