Terug / Huiswerk bekijken

onderstaand vind je de inhoud van het door jou gekozen huiswerk!
Josephus Albertus Vandeloo
Taal:
Geboren: 05-09-1925
 
Kwaliteit van het verslag:
Beoordeling: 1.0/5
(1 stem geplaatst)















Personen:



Hoofdpersoon:

De ik-persoon is een rustige ingetogen jongen van 15 jaar Hij is verliefd op Bea, een meisje uit het dorp, dat ook 15 is. Door zijn vriendschap met de Amerikaanse soldaten wil hij later ook soldaat worden.

Bijpersonen:

De moeder van de ik-persoon is door de oorlog en natuurlijk door het verlies van haar man erg vermoeid en oud geworden.

De vader van de ik-persoon is een ernstige man, die veel ontzag en eerbied van de andere mannen kreeg

Paps is een van de soldaten. Hij is klein, dik en heeft een rood gezicht. Volgens hem is al het goede in de wereld Amerikaans en al het Amerikaanse is goed.

Karl is een lange, magere slungel met een bleek gezicht. De ik-persoon vind hem een rare en voelt zich niet op z'n gemak bij hem.



Tijd:



Het verhaal speelt zich af aan het einde van de 2e wereldoorlog. Het is niet chronologisch geschreven. De vertelde tijd is ongeveer zeven weken. De vertel tijd is 78 bladzijden.



Begin:



Het begint met een omschrijving van de omgeving, en pas later wordt er een stap terug gedaan waardoor het verhaal samenvalt met het begin.



Probleem en afloop:



De hoofdpersoon is verliefd op een meisje, maar zij gaat met een andere man. Het lukt ze ook niet om zich te schuilen tot aan het einde van de oorlog. Het had dus een slecht einde, maar ook een realistische.



Perspectief:



De ik-perspectief wordt de hele tijd gebruikt.



Titel:



De titel is in overeenstemming met het boek: natuurlijk zijn de Duitsers de vijanden, maar ook de Amerikaanse soldaat Karl, die Bea afpakt, is een vijand.



Thema:



Vijanden in de oorlog en vijanden in de liefde.



Beoordeling:



Ik vond het boek niet tegenvallen, maar dat komt waarschijnlijk, omdat ik al een paar verslagen over dit boek had gelezen en de meeste kraakten het af. Toen ik begon verwachtte ik dus niet veel, maar het boek was realistisch waardoor je echt kon meeleven met de hoofdpersoon." />De vijand
door Josephus Albertus Vandeloo

Uitgever en jaar: Manteau, 1995

Genre: Oorlog





Samenvatting:



De ik-persoon, een 15-jarige jongen, woont in een kleine dorpsgemeenschap waar de huizen slordig aan een straatweg staan. Aan de overkant van de straat is een veld waar Amerikaanse soldaten hun tenten hebben opgeslagen. Hij vindt de Amerikanen vreemde kerels, maar toch kan hij goed met ze opschieten. Hij krijgt wel eens iets te eten van ze. In ruil daarvoor geeft hij ze steenkool, het enige waar de bewoners van de huizen geen gebrek hebben.

Het gezin van de jongen bestaat uit zijn moeder, een zusje en twee broers. Zijn moeder lacht de laatste nogal vermoeid, vindt hij. De oorlog heeft haar moe en oud gemaakt. Zijn zusje zingt veel Amerikaanse liedjes en zijn broers eten volgens hem alleen maar.

In het soldatenkamp zijn vier soldaten: 'Paps', Houston, Mac (Mac-Donald) en Karl. Hij is veel bij Paps en Houston. De soldaten maken vreemde grappen over de vrouwen en meisjes uit het dorp waar hij iets van begrijpt. Veel vrouwen en meisjes spreken al Engels en zitten een beetje achter de Amerikanen aan. Ze krijgen ook chocola en sigaretten.

De jongen mag af en toe bij Paps in de uitkijktoren zitten en met de verrekijker naar de boeren in de omgeving kijken. De boeren die je wegsturen als je om wat te eten vraagt of die verschrikkelijk veel geld vragen. De soldaten doen niet veel. Ze lezen, zitten in de uitkijktoren of doen niets.

Op een dag ziet hij vanuit de uitkijktoren Bea komen, een meisje waarmee hij samen is opgegroeid. Ze komt vaak in het kamp. Ze hebben vaak samen in de schuilkelder gezeten. Als de jongen de tent ingaat, ziet hij dat een van zijn Amerikaanse vrienden op Bea neerstrijkt, behoedzaam en geruisloos als een grote vogel.

De vader van de jongen en de andere vaders in de buurt moesten een schuilkelder graven om hun gezinnen en henzelf te beschermen, want ze woonden in de vlieglijn. Ze woonden net in een niemandsland, dat nu eens door de Amerikanen bezet was en dan weer door de Duitsers. Soms was het rustig tijdens de nachten. Soms verontrustend kalm. Dan gingen hij en Bea dicht bij elkaar zitten en hielden ze elkaar vast. Ze zaten met ongeveer dertig personen in de schuilkelder. Tijdens het slapen legen ze met de hoofden in het midden, zo dat zijn hoofd dat van Bea raakte. Hij droomde ervan later als ze ouder waren te vrijen met Bea.

De mannen zaten 's morgens in een kring en bespraken een of ander plan. Iedereen had om de beurt wacht. Ondanks de regen kwamen de schoten steeds dichterbij. Toen alles weer rustig was, klonk er nog één schot, vlak bij de schuilkelder. Na veel aarzelingen gaan de vader van de jongen en een andere vader naar buitenom te kijken wat er is. Het duurt lang voor ze terug zijn. Als ze terug zijn, zeggen ze dat er een Duitser neergeschoten

is. Ze hebben hem in een schuurtje gelegd. De bewoners van de schuilkelder konden niet veel meer doen voor een dodelijk gewonde Duitse soldaat. Een paar mensen gaan ondanks het schieten nog naar hem toe om te proberen de pijn te verminderen. Hij sterft en ze denken eraan dat niemand hem uit het schuurtje zal weghalen. Iedereen zou aan de dode denken als hij het schuurtje binnen zou komen. Het schieten verminderde. Toen de vader van de jongen en een andere vader net terug waren van de dode Duitser, was er rumoer op de straat dat steeds heviger werd. Plotseling werden de zakken die de ingang van de kuil bedekten weggerukt. De wacht sprong op maar kroop direct terug. Er stak een geweerloop naar binnen. Iedereen moest eruit. Er waren veel Duitse soldaten. Ze hadden de dode gevonden en riepen en scholden op iedereen. Ze dachten dat zij de soldaat gedood hadden. Plotseling werden de mannen apart genomen. De jongen en zijn broers stonden bij hun moeder. De mannen werden afgevoerd. De vader van de jongen liep vooraan.





"In dit ene ogenblik, nu hij zo kwetsbaar was, hield ik bijzonder veel van hem."















Personen:



Hoofdpersoon:

De ik-persoon is een rustige ingetogen jongen van 15 jaar Hij is verliefd op Bea, een meisje uit het dorp, dat ook 15 is. Door zijn vriendschap met de Amerikaanse soldaten wil hij later ook soldaat worden.

Bijpersonen:

De moeder van de ik-persoon is door de oorlog en natuurlijk door het verlies van haar man erg vermoeid en oud geworden.

De vader van de ik-persoon is een ernstige man, die veel ontzag en eerbied van de andere mannen kreeg

Paps is een van de soldaten. Hij is klein, dik en heeft een rood gezicht. Volgens hem is al het goede in de wereld Amerikaans en al het Amerikaanse is goed.

Karl is een lange, magere slungel met een bleek gezicht. De ik-persoon vind hem een rare en voelt zich niet op z'n gemak bij hem.



Tijd:



Het verhaal speelt zich af aan het einde van de 2e wereldoorlog. Het is niet chronologisch geschreven. De vertelde tijd is ongeveer zeven weken. De vertel tijd is 78 bladzijden.



Begin:



Het begint met een omschrijving van de omgeving, en pas later wordt er een stap terug gedaan waardoor het verhaal samenvalt met het begin.



Probleem en afloop:



De hoofdpersoon is verliefd op een meisje, maar zij gaat met een andere man. Het lukt ze ook niet om zich te schuilen tot aan het einde van de oorlog. Het had dus een slecht einde, maar ook een realistische.



Perspectief:



De ik-perspectief wordt de hele tijd gebruikt.



Titel:



De titel is in overeenstemming met het boek: natuurlijk zijn de Duitsers de vijanden, maar ook de Amerikaanse soldaat Karl, die Bea afpakt, is een vijand.



Thema:



Vijanden in de oorlog en vijanden in de liefde.



Beoordeling:



Ik vond het boek niet tegenvallen, maar dat komt waarschijnlijk, omdat ik al een paar verslagen over dit boek had gelezen en de meeste kraakten het af. Toen ik begon verwachtte ik dus niet veel, maar het boek was realistisch waardoor je echt kon meeleven met de hoofdpersoon.
Verkiezingen
Copyright (C) 2002-2010 Leerlingen.com - Adverteren op Leerlingen.com - Privacy beleid