Terug / Huiswerk bekijken

onderstaand vind je de inhoud van het door jou gekozen huiswerk!
Samuel Coster
Taal:
Geboren: Onbekend
 
Kwaliteit van het verslag:
Beoordeling: 1.0/5
(1 stem geplaatst)
Boere-klucht van Teeuwis de Boer, en men Juffer van Grevelinckhuysen
door Samuel Coster


1. Auteur


De auteur van Boere-klucht is Samuel Costers.





2. Titel


De titel heb ik al genoemd nl. Boere-klucht. De volledige titel is: Boere-klucht van Teeuwis de Boer, en men Juffer van Grevelinckhuysen.





3. Titelverklaring


Ik wist niet hoe ik de titel Boere-klucht moest vertalen, want klucht is niet bepaald een gangbaar woord. Ik heb het in het woordenboek opgezocht en daar kwam uit: kort toneelstuk van plat-komische inhoud oftewel een blijspel. Ik heb de titel vertaalt als: kort blijspel met in de hoofdrol een boer.





4. Eerste druk


De eerste druk van dit boek is geweest in 1627.





5. Genre


In het boek zelf staat dat het een dramatisch werk is, er word ook gesproken over een blijspel en dat vin dik er zelf ook beter bij passen.





6. Perspectief


Je leest alles zoals het letterlijk gezegd word. Er is steeds een naamgeving bij iedere stukje dat weer door een ander gezegd word. Het is dus opgeschreven in toneelvorm.


1e citaat, blz. 44 2e alinea,





Den Boer Teeuwis gaet met Bely binnen.


Keesgen comt en seyt:





Wel waer mag me Vaer toch blyven?


Hy weet wel dat die Peerden hier staen en verstyven.





2e citaat, blz. 49 laatste alinea,





Jan Soetelaer blyft sitten wassen sijn Roskammen,


Bely comt en seyt:





Hier ontrent moet het wesen, en siet ginder wel te pas


Een Stalknecht, of soo een Kabouter, dieme wel ras.


Sel wysen waer hy woont.


J. Soetel. Die geefterje elf. Bely. Waer woont Jan Soetelaer hier?


J. Soetel. Ick ben de man self. Wel wat wilje me seggen, soete bolle meysjen?





7. Tijd van handeling


Het begint in de vroege morgen op de boerderij van Teeuwis. Het si opvallend dat de schrijver geen grote tijdsprongen neemt. Het verhaal verloopt over één dag, want in het slot van het 5e deel word elkaar ‘goedenacht’ gewenst.





1e citaat, blz. 22 eerste 3 regels,


Keesje, Keesje op as een man, nou wel op, mijn vaer.





Keesgen van binnen roept:


Wel. Teeuwis. Hoor jet wel? Kees. Ja alree man, Terstont ben ick klaer.


Teeuw. Nou dan ‘k selt wel sien; wijf hij wijf, benje al op?





2e citaat, blz. 83 laatste regel van derde alinea


Keesjen. Genacht dan Juffer.





8. Plaats van handeling


De gebeurtenissen vinden bijna allemaal plaats in en om het huis van de Joncker.





1e citaat, blz. 42 regel 4-6


Jonghe, blijfje daer an de after poort by de waghen,


Ick sel vuer ant Jonckers Huys gaen vraghen,


Ofse terstont ’t Hout willen komen helpen inde Scheur.





2e citaat, blz. 90 regel 5-8


J. Soetel. Ick geef je’t lietgen, en hoe daer elck noch een blanck,


Gaet singhen terstont voor de deur vande Joncker.


Ick selje hier blyven staen wachten int doncker,


En hooren je singen, ast uyt is, komt dan weer by me.





9. Beschrijving karakter hoofdpersonen


De hoofdpersonen in dit boek zijn Boer Teeuwis en Juffer van Grevelinckhuysen. Boer Teeuwis is een persoon die geen respect heeft voor zijn vrouw. Hij laat haar voor hem werken en bedriegt haar keer op keer. Hij is een ‘haan met een dubbele kam’, een man die niet genoeg van vrouwen kan krijgen. Toch is hij zeker wel uitgeslapen en is iedereen vaak te slim af. Juffer van Grevelinckhuysen is een vrouw die altijd maar weer meer geld wil. Daarom is ze ook met de Joncker getrouwd, maar ze is bedrogen uitgekomen.





10. Samenvatting





1e deel,1


In dit eerste deel word kennis gemaakt met Boer Teeuwis, Anne(vrouw van Teeuwis) en Keesje(zoon van Teeuwis en Anne). Boer Teeuwis maak zich klaar voor een reis naar de stad. Hij moet een vracht hout naar Jonker van Grevelinckhuysen brengen. Anne besluit dat Keesje mee moet naar Den Haag om eens te kijken wat zijn vader allemaal uitspookt.





1e deel,2


In dit deel wordt kennisgemaakt met De juffer (Mevr. Van Grevelinckhuysen), Bely (de meid) en Krijn (de knecht). De juffer praat met Bely (Bely is de vertrouwelinge van de Juffer) over haar man (Joncker Barent), ze zegt o.a. dat hij steeds maar grover word en steeds minder thuis is. Krijn komt erbij en zegt in een boze bui dezelfde dingen van zijn baas.





2e deel,1


Joncker Barent heeft een gesprek met Krijn. De Joncker wil gaan jagen maar Krijn moet eerst een stel jachthonden gaan halen bij de buren





2e deel,2


Gesprek tussen Krijn en Bely, het zijn niet echt dikke vrienden.


Krijn heeft ondertussen de honden gehaald en de Joncker gaat samen met Krijn op pad om te jagen. Bely en de Juffer blijven thuis.





2e deel,3


Teeuwis en Keesje komen bij de van Grevelinckhuysens aan. Teeuwis zegt tegen de Juffer dat een erotisch avontuurtje met haar hem wel zijn paard en wagen waard is, de Juffer gaat direct op dit voorstel in.


Bely en Keesje raken haast aan het ‘plockharen’ (flikflooien), maar bely moet van de Juffer een paardenkoper gaan halen (om de paarden van Teeuwis te verkopen.





3e deel,1


Kennismaking met Jan Soetelaer, de paarden koper. Bely komt hem zeggen dat de Juffer twee Roskammen te koop heeft en graag wil verkopen voordat haar man terug is.





3e deel,2


Teeuwis wil naar huis gaan en begint spijt te krijgen. Hij is o.a bang dat zijn vrouw erachter komt. Hij mist ook zijn paard en wagen en ‘d’ien is als d’ander’ (ze horen bij elkaar). Hij gaat naar meester Bartelt, dat is zijn advocaat, en vraagt of hij hem kan helpen, maar meester Bartelt voelt daar weinig voor, want hij heeft nogal weinig tijd.





4e deel,1


Teeuwis geeft nu echt zijn geheim prijs aan Meester Bartelt. Het blijkt dat Meester Bartelt een neef is van de Joncker. Meester Bartelt denkt er een slaatje uit te slaan.





4e deel,2


Er komen twee bedelaars bij de het huis van de Joncker. Bely ontvangt ze, de bedelaars zingen een liedje ze krijgen een paar ‘duiten’ van Bely.


De Juffer vreest dat de Joncker en Krijn snel terug zullen komen en dat ze haar buit dus moet laten schieten.





5e deel,1


Teeuwis is Keesje kwijt. Meester Bartelt komt met twee getuigen hiermee probeert hij Teeuwis in het nauw te drijven.





5e deel,2


Teeuwis zegt tegen de Joncker die inmiddels thuis is) dat hij zijn paard en wagen niet mee mag nemen omdat de Juffer vind dat hij geen goed hout heeft gebracht. De Joncker vraagt aan de Juffer of dat echt zo is, maar de Juffer wil natuurlijk niet tegen haar man zeggen wat de echte rede is en stemt toe. Teeuwis krijgt alles weer terug en ondertussen is Keesje ook weer terecht. Jan Soetelaer komt te laat opdagen. Meester Bartelt heeft de geldtas van Teeuwis en komt erachter dat deze vol stenen zit.





5e deel,3


Jan Soetelaer laat de hele geschiedenis in een lied verwerken.


Twee jongens gaan dit lied voor het huis van de Joncker zingen.





11. Thema en motieven


Er zijn volgens mij verschillende thema’s in dit boek, namelijk hoe de relatie is tussen man en vrouw in twee verschillende gezinnen. En hoe men omgaat met mensen van de andere stand.





12. Bedoeling van de auteur


De bedoeling van de auteur was in de eerste plaats gewoon een leuk stuk schrijven. Diepere gedachte zouden kunnen zijn dat de auteur wilde laten zien hoe het er in de middeleeuwen aan toe ging op het gebied van verboden liefde, andere oplichten enz.





13. Je eigen mening over de inhoud


Ik vind het boek Boere-klucht een komisch en goed boek. Je ziet volgens mij goed hoe het er in de middeleeuwen naartoe ging. Verder is de taal waarin dit geschreven is moeilijk te lezen. Maar als je in het boek zit, begin je het vanzelf te snappen.
Verkiezingen
Copyright (C) 2002-2010 Leerlingen.com - Adverteren op Leerlingen.com - Privacy beleid