Onderstaand vind je de inhoud van het door jou gekozen huiswerk!
Kwaliteit van het verslag:
Beoordeling: 2.8/5
(28 stemmen geplaatst)

Somalia

SOMALIA







Geografie







Somalia ligt in de Hoorn van Afrika. Over het algemeen is het droog en onvruchtbaar.

Oppervlakte: 637,657 km2

Bevolking: 7,753,310 ; geboortecijfer: 46.8/1000; kindersterfte: 122.2/1000

Hoofdstad: Mogadishu, 900,000

Munt: Somali shilling

Talen: Somali (officieel), Arabisch, Engels, Italiaans

Godsdienst: Islam (Sunni)

Alfabetiseringsgraad: 24% (1990)

Economisch overzicht: landbouwareaal: 2%. . Natuurlijke hulpbronnen: uranium en grotendeels niet geexploiteerde reserves aan ijzererts, tin, kalk, bauxiet, koper, zout.







Bestuur

Tussen Januari 1991 en Augustus 2000, had SomaliŽ geen regering. Een broze parlementaire regering werd gevormd in Augustus 2002.

Eerste Minister: Hassan Abshir Farah

Geschiedenis

In 1960 kenden Groot-Brittanie en Italie onafhakelijkheid toe. In 1969 greep Generaal Mohamed Siad Barre met het leger de macht. President Siad Barre ontvluchtte het land na een zware militiaire nederlaag 1991. Zijn vertrek liet Somalia in de handen van een aantal rivaliserende clans en guerrilla groepen. Bovendien wordt het land voortdurend geteisterd door droogte en hongersnood.

De Verenigde Staten zijn ook in dit land tussengekomen, om zogezegd de guerillagroepen te bedwingen. Zij zijn hals over kop uit land vertrokken, toen er Amerikaanse doden begonnen te vallen. In Augustus 2000, is een parlement bijeengekomen. De regering controleert nog altijd maar 10% van het grondgebied, alhoewel het geweld in het algemeen is afgenomen.





1. Fysische geografie Het zeisvormige SomaliŽ omvat het grootste deel van het Somali Schiereiland (de 'Hoorn van Afrika'), in het oosten eindigend in Kaap Guardafui. Het centrale plateau, begrensd door het Hoogland van EthiopiŽ en de Harrarketen, daalt naar het zuiden toe geleidelijk af; hoogste punt is de Surud Add (2408 m). De kustvlakte aan de Indische Oceaan neemt naar het zuiden sterk toe in breedte en gaat landinwaarts over in een dor steppegebied met doornstruiken, in het noordwesten in savannen en bossen. Aan de noordkust komen halfwoestijngebieden voor. De belangrijkste rivieren zijn de Nagal of Nogal in het noorden, de Sjibeli in het midden en de Giuba in het zuiden van het land; zij hebben soms een wadi-karakter en in de nabijheid ervan bestaan uitgebreide moerassen.De dierenwereld is karakteristiek voor de halfwoestijn en droge steppen. Deze is o.a. gekenmerkt door het voorkomen van wilde ezels en gazellen (waaronder de zeldzame, vrijwel tot dit gebied beperkte lamagazelle). Politieke onrust heeft het grotere wild vrijwel geŽlimineerd; de natuurbescherming staat nog in de kinderschoenen.Het klimaat is heet en neerslagarm, vooral in het noorden. Regen valt vnl. aan de - vochtige - kust, van april tot oktober, als de zuidwestmoesson waait. De gemiddelde jaarneerslag is ca. 280 mm, de temperatuur 24 ŗ 30 įC.2. Bevolking 2.1 Samenstelling en spreiding De bijna 6, 5 miljoen inwoners, waarvan ca. 40% een nomadisch bestaan leidt, behoren bijna alle (95%) tot de Somali. De bevolking van SomaliŽ valt uiteen in verschillende familieclans die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden; de belangrijkste zijn de machtige Isaq-clan in het noorden en de kleinere Issa-clan en de Gadobursi-clan in het midden en zuiden. De clans vallen zelf vaak weer uiteen in verschillende facties die elkaar bestrijden.Er wonen ca. 1200 Europeanen, vnl. Italianen en Britten; voorts zijn er kleine minderheden van Bantoe, Arabieren, Pakistani en IndiŽrs. Honderdduizenden Somali vluchtten in 1991/1992 voor de burgeroorlog naar de buurlanden Kenia en EthiopiŽ. De grootste steden zijn Mogadishu (bijna 1 miljoen inw.), Hargeisa (70.000 inw.), Chisimaio (70.000 inw.), Berbera (65.000 inw.) en Marka (60.000 inw.). De jaarlijkse bevolkingsaanwas wordt geschat op 1,6%.2.2 Taal OfficiŽle taal is het Somali, een Hamitische taal. In 1972 pas werd een geschreven vorm, met een schrift gebaseerd op het Latijnse, ingevoerd. Andere talen zijn: Engels, Italiaans en Arabisch.2.3 Religie De islam is de staatsgodsdienst, die door 99,8% van de bevolking wordt aangehangen. . . . . . . . . . 3. Bestuur en samenleving 3.1 Staatsinrichting en bestuur De grondwet van 1979, volgens welke SomaliŽ een socialistische staat was en waarin de Somalische Revolutionaire Socialistische Partij (SRSP) de enige politieke partij was, werd in 1991, na de val van president Barre, door diens opvolger, interim-president Mahdi, vervangen door de oude grondwet van 1961; deze was in 1969 door Barre opgeschort. Het parlement telt 171 leden. In 1991 werd een meerpartijenstelsel ingevoerd. Staatshoofd is de president, die tevens secretaris-generaal van de enig toegestane politieke partij, de PSRS, is. Het land is ingedeeld in 18 regio's.3.2 Lidmaatschap internationale organisaties SomaliŽ is lid van de Verenigde Naties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de Arabische Liga en geassocieerd lid van de EG.4. Economie 4.1 Algemeen De aanhoudende droogte in de jaren zeventig en tachtig en de burgeroorlog hebben de economie grote schade toegebracht. In 1990 bedroeg het bnp per hoofd van de bevolking slechts US $ 120.4.2 Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij De belangrijkste sector is de landbouw, waarin ruim 70% van de bevolking haar bestaan vindt, daarvan het grootste deel in de nomadische veehouderij. Door de grote droogte en de burgeroorlog is de veestapel, die een van de grootste van Afrika was, gedecimeerd. De akkerbouw wordt vnl. bedreven in de dalen van de Giuba en de Shebele. Voornaamste producten zijn: bananen, suikerriet, katoen, gierst, grondnoten en groenten. Het vnl. uit savannebossen bestaande houtbestand levert brandhout.4.3 Industrie, energievoorziening en mijnbouw De industrie is nauwelijks ontwikkeld. Er worden vnl. agrarische producten verwerkt. De stroomopwekking geschiedt grotendeels door dieselaggregaten en houtverbranding. De bouw van de Dadera-dam in de Jubarivier moest de olie-import met 20% terugbrengen, maar deze is bij de oorlogshandelingen verwoest. Sinds 1984 werd op bescheiden schaal uranium gewonnen ten westen van Mogadishu. De meeste bodemschatten worden niet geŽxploiteerd.4.4 Handel Uitgevoerd worden: vee, huiden en bananen. Ingevoerd worden: voedingsmiddelen, machines, textiel, papier, aardolie en aardolieproducten en brandstoffen. Belangrijkste handelspartners zijn de omringende landen.4.5 Ontwikkelingssamenwerking Buitenlandse steun komt van ItaliŽ, Frankrijk, de Volksrepubliek China en de EG. De Verenigde Staten geven economische en voedselhulp.4.6 Bankwezen Het bankwezen is door de oorlog volledig lamgelegd.4.7 Verkeer Er zijn geen spoorwegen en het vervoer geschiedt over een 21!000 km lang net van wegen, waarvan slechts een kwart is verhard. Met behulp van buitenlands kapitaal waren enkele verbindingen tussen grote steden tot stand gekomen die grotendeels vernield zijn. Merca, Berbera, Mogadishu en Kismayu zijn havenplaatsen. De handelsvloot is klein. Somalia Airlines verzorgt het binnen- en buitenlandse vliegverkeer. Mogadishu en Berbera hebben internationale luchthavens.5. Geschiedenis De strategisch gelegen kustgebieden behoorden in de loop van de geschiedenis aan verschillende mogendheden, achtereenvolgens aan Zanzibar, Portugal, de imams van Maskat (17de eeuw) en Zanzibar (1866).5.1 Brits protectoraat In 1887 verwierf Groot-BrittanniŽ de heerschappij over de noordelijke gebieden, die sedertdien bestuurd werden als een protectoraat onder de naam Brits Somaliland. Het doel van de Britten was o.m. een halt toe te roepen aan de koloniale expansiedrang van andere Europese grootmachten zoals Frankrijk, dat, sinds 1856 een vestiging bezittend in het uiterste noordwesten van SomaliŽ, in 1883 officieel het gebied om Djibouti in bezit had gekregen (Frans Somaliland). Groot-BrittanniŽ moedigde zijn bondgenoot ItaliŽ aan een kolonie te stichten in de zuidelijke gebieden (Italiaans Somaliland, 1889). Een omstreeks 1900 uitgebroken opstand onder leiding van Mohammed Abdullah Hassan (de zgn. Mad Mullah) had tot gevolg dat de Britten zich in 1910 uit het binnenland terugtrokken. Pas in 1920 slaagden zij erin (via een luchtbombardement) de opstand te bedwingen.5.2 Italiaanse infiltratie Via verdragen met Groot-BrittanniŽ breidde ItaliŽ in het eerste kwart van de 20ste eeuw zijn gebied in SomaliŽ uit. Na het aan de macht komen van de fascisten gebruikte ItaliŽ Italiaans Somaliland als uitvalsbasis voor de verovering van EthiopiŽ (1936). In 1940 veroverde ItaliŽ Brits Somaliland. In het voorjaar van 1941 herstelden de Britten hun gezag en namen zij ook Italiaans Somaliland in bezit, dat onder Brits militair bestuur kwam (tot 1950).5.3 Dekolonisatie Het dekolonisatieproces kwam pas goed op gang na de Tweede Wereldoorlog. In 1948 bleek de in 1943 als een sociale club gestichte 'Somalische Jeugdliga' (Italiaans Somaliland) een goed georganiseerde politieke partij. Deze partij en Groot-BrittanniŽ waren het erover eens dat de drie SomaliŽs in eerste instantie samengevoegd moesten worden tot een trustgebied van de Verenigde Naties. Dit werd in de volkerenorganisatie voorkomen door de Sovjet-Unie en Frankrijk. In 1950 werd alleen Italiaans Somaliland een VN-trustgebied (onder beheer van ItaliŽ).5.4 Onafhankelijkheid Op 1 juli 1960 werd het door ItaliŽ beheerde gebied een onafhankelijke staat als republiek SomaliŽ. Volgens afspraak sloot het enkele dagen eerder onafhankelijk geworden Brits Somaliland zich bij de republiek SomaliŽ aan. Tot premier werd benoemd Abdirashid Ali Shermarke.De Somalische Jeugdliga versloeg bij de verkiezingen in 1964 de voornaamste oppositiepartij, het Somalisch Nationaal Congres, en bleef daarmee de belangrijkste partij. Shermarke moest als premier aftreden, maar drie jaar later werd hij president. Op 15 okt. 1969 werd Shermarke vermoord en zes dagen later namen militairen onder leiding van generaal Mohammed Siyad Barre de macht in handen. Deze proclameerde de democratische republiek en ging een socialistische koers varen, nationaliseerde buitenlandse bedrijven en sloot een verdrag met de Sovjet-Unie voor economische, technische en militaire bijstand.Sedert zijn onafhankelijkheid maakte SomaliŽ aanspraak op delen van de buurlanden EthiopiŽ, Kenia en Djibouti, waar nomadisch levende Somali verblijven. Dit leidde tot tal van grensincidenten. Onder Siyad Barre laaiden de conflicten weer op, m.n. met EthiopiŽ. In 1977 brak een regelrechte oorlog uit, over de door Somali bewoonde halfwoestijn van de Ogaden, ook wel West-SomaliŽ genoemd. SomaliŽ had in 1977 reeds de betrekkingen met de Sovjet-Unie verbroken en ontving in de strijd met EthiopiŽ slechts geringe steun, nl. van Egypte en China. In 1980 schoten de Verenigde Staten het inmiddels internationaal steeds meer geÔsoleerde SomaliŽ te hulp. Op zoek naar strategisch gelegen bases werd een overeenkomst gesloten voor het militaire gebruik van de haven van Berbera, in ruil voor militaire en economische hulp. In 1981 gaf Egypte militaire steun.5.5 Burgeroorlog In 1979 werden voor het eerst sedert de staatsgreep van 1969 parlementsverkiezingen gehouden. De winnaar was de SRSP (zie ß 3). In 1980 richtte president Siyad Barre de Revolutionaire Raad, die in 1976 bij de oprichting van de SRSP was afgeschaft, weer op. Deze moest 'afwijkingen van de revolutie' corrigeren. De positie van president Siyad Barre werd echter in de loop van de jaren tachtig steeds onzekerder. Door opeenvolgende kabinetswijzigingen probeerde hij de macht in handen te houden. De strijd die de guerrillero's van o.a. het USC en de SNM in het noorden tegen de regering voerden, resulteerde in vele duizenden doden en honderdduizenden vluchtelingen en daklozen.Toen de bevrijdingsbewegingen in jan. 1991 ten slotte ook de hoofdstad Mogadishu veroverd hadden, kwam Siyad Barre ten val. Hij werd tijdelijk opgevolgd door USC-leider Ali Mahdi Mohammed. De burgeroorlog ging echter onverminderd door. Niet alleen streden de USC-guerrillero's in het zuiden met de aanhangers van de verdreven president, ook binnen het USC werd een bloedige strijd tussen interim-president Ali Mahdi en USC-voorzitter generaal Mohammed Farah Aydid om de macht in SomaliŽ uitgevochten.Op 18 mei 1991 riep de SNM, die het USC niet als nieuwe machthebber erkende, in Noord-SomaliŽ de onafhankelijke Republiek Somaliland uit. SNM-leider Abdoel Rahman Ahmed Ali werd tot president en regeringsleider gekozen. Het USC verwierp de afscheiding van Somaliland - tot 1960 een Brits protectoraat -, dat gedomineerd wordt door de Issaq-clan.De burgeroorlog veroorzaakte in 1992 300.000 doden, terwijl miljoenen mensen huis en haard verlieten.5.6 Interventie VN In september 1992 stuurden de Verenigde Naties 500 soldaten om haven en vliegveld van Mogadishu te beschermen, zodat buitenlandse voedselhulp kon worden ontvangen. In december ging onder leiding van de Amerikanen de operatie Restore Hope van start om de voedselhulp eerlijk over het land te kunnen verdelen. De Amerikanen namen, met o.a. de Fransen en de Belgen, een aantal steden, waaronder de hoofdstad Mogadishu, over en dwongen Aydid en Mahdi tot besprekingen, die leidden tot een verzoening in dec. 1992. Sluipschutters begonnen in jan. 1993 de VN-troepen aan te vallen, waarna de VN een offensief begon tegen het leger van Aydid. Aydid slaagde er echter in, met steun van een deel van de bevolking, uit handen van de VN-troepen te blijven, waarna door internationale kritiek de 'jacht op Aydid' werd gestaakt. Vervolgens werden o.a. de Amerikaanse troepen teruggetrokken en vervangen door troepen van anderIn maart 1994 ondertekenden de twee belangrijkste krijgsheren, Aydid en Mahdi, onder grote druk van de VN, een nieuw vredesakkoord in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Een jaar later verlieten de laatste onderdelen van de VN-vredesmacht UNOSOM het land. In mei 1995 bleek dat het akkoord tussen Aydid en Mahdi geen stand hield. Niet alleen braken er tussen de verschillende facties weer gevechten uit, maar ook ontstond er binnen Aydids Somali National Alliance (SNA) onenigheid over het leiderschap. Otman Hassan Ali Ato, tot dan toe Aydids belangrijkste geldschieter, volgde Aydid op. Dit belette de afgezette krijgsheer echter niet om met 600 hem trouw gebleven militieleden de zuidwestelijke stad Baidoa te veroveren. In april 1996 laaiden de gevechten op tussen aanhangers van Aydid en Ato. In de hoofdstad Mogadishu en in het zuiden van het land vielen 120 doden en honderden gewonden. Aydid overleed in juni aan de gevolgen van verwondingen die hij in een vuurgevecht in Mogadishu had opgelopen. Van enige verzoening tussen de strijdende partijen was echter geen sprake, zeker niet nadat Aydids zoon Hussein Aydid tot zijn opvolger werd benoemd. Telefoongids SomaliŽe landen.

Copyright (C) 2002-2014 Leerlingen.com - Adverteren op Leerlingen.com - Privacy beleid